Boedapest.nl - Middeleeuwen Boedapest
Vertrouwd boeken, veilig betalen

GaSamen.nl Stedentrips is lid van de Stichting Garantiefonds Reisgelden ( SGR )

Contact en Vragen

Bel 0900-STEDENTRIP (0900-7833368)
15 ct/m, ma-vrij 9-17 uur, za 10-16 uur

> contact formulier
> veelgestelde vragen

GaSamen.nl Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van acties en aanbiedingen van GaSamen.nl? Vul dan hier uw mailadres in:


 

U kunt zich hier afmelden.

Wilt u deze site vaker bezoeken?
Sla hem op bij uw favorieten, klik hier.

Boedapest.nl » Informatie » Praktische info » Algemeen » Geschiedenis » Middeleeuwen

GaSamen

Middeleeuwen

Middeleeuwen

In de 8ste eeuw trokken de Hongaren, een groep ruitervolken, vanuit het oosten naar het huidige Hongaarse grondgebied en noemden het Etelköz. In 895 trokken ze Transsylvanië binnen en een jaar later bereikten ze onder leiding van ene rpád de laagvlakte waar ze voortaan zouden blijven wonen. Deze rpád was aanvoerder van de Magyaren, een stam die dit gebied militair overheerste.

In de 10de eeuw verspreidden de Hongaren zich over de laagvlakte en over het Transsylvanische Hoogland en velen vestigden zich daar als boeren. Andere groepen verhuurden zich aan naburige legers of trokken rovend en plunderend het Duitse Rijk binnen. Grote nederlagen leidden er echter toe dat ook deze groep koos voor een vast bestaan. De kerstening van de Hongaren was toen al begonnen en men wilde al een eigen bisdom stichten.

De Duitse keizer Otto I was hier echter tegen omdat hij liever zelf de macht over de Hongaren wilde behouden. Prins Géza wilde eind 10de eeuw wel een kerkelijke hiërarchie stichten en tevens de Hongaren onder één vorst te verenigen. Geza werd in 997 opgevolgd door zijn zoon Vajk, die bij zijn doop István genoemd werd. Hij trouwde met de Beierse prinses Gisela waardoor de staat Hongarije door zowel de paus als de keizer erkend werd. István zette het zendingswerk voort, wat hem de beroemde Stephanuskroon opleverde en tevens Hongarije op de Europese landkaart zette als een onafhankelijk, christelijk koninkrijk.

De eerste daad van István was het tot zijn eigendom verklaren van alle grond, die daarop geleend werd aan stamhoofden en aan de kerk. Het was echter het Hongaarse koningshuis dat hiervan het meeste profiteerde en dat zette kwaad bloed. Na de dood van de koning in 1038 zochten de stamhoofden steun bij de Duitse keizer. De oppositie op haar beurt zocht steun bij Byzantium en er werd een tegenkoning aangesteld, Aba Sámuel. Hongarije raakte hierdoor verzeild in een machtsstrijd tussen Duitsland en Byzantium. Pas onder het bewind van Béla I, die regeerde van 1060 tot 1063, wist het Hongaarse koningshuis weer iets van zijn macht te herstellen.

Onder László I en Kálmán I voerde Hongarije een expansiepolitiek en werd bijvoorbeeld een deel van Kroatië veroverd waardoor een vrije doorgang naar de Middellandse Zee werd gecreëerd. Ook Bosnië en Dalmatië werden veroverd ten koste van Byzantium. Hierdoor werd Hongarije langzaam aan een grootmacht waar men in Europa niet meer omheen kon.

Onder Béla III versterkte Hongarije haar positie en stelde het de grenzen open voor westerse invloeden die het feodale karakter nog meer versterkten. Het Hongaarse hof en ook de adel vestigden zich in fraaie kastelen en de ruilhandel werd vervangen door een geleide geldeconomie. Onder András II kreeg steeds meer landadel het bestuur in handen van de landgoederen en in 1222 stemde hij zelfs in met een 'Gouden Bul', waarin werd vastgelegd dat men het recht had om gewapend verzet tegen de vorst te plegen. Onder de zoon van András, Béla IV, dreigden vijandige stammen uit het oosten Hongarije binnen te vallen.

Béla verstevigde de grenzen maar in 1241 vielen de Mongolen zonder veel problemen Hongarije binnen. Een jaar lang werd Hongarije leeggeplunderd en daarna vertrokken de Mongolen weer om nooit meer terug te komen. Andere Europese machten sprongen niet voor Hongarije in de bres maar dachten van een verzwakt Hongarije te kunnen profiteren. Toen alles achter de rug was liet Béla een aantal vestingen bouwen waaronder Buda op de rechteroever van de Donau.

In 1301 kwam er een einde aan de heerschappij van de Arpaden. Er was geen opvolging in mannelijke lijn voorhanden en daarmee stierf de dynastie der Arpaden geruisloos uit. De Hongaarse adel koos daarop eerste een Boheemse koning, daarna een Beierse koning en ten slotte besteeg de door de paus gesteunde koning van Napels, Charles Robert III, de troon.

Later in de 14de eeuw werden de machtsverhoudingen in Hongarije stabieler en richtte men zich weer meer op de internationale politiek, min of meer gedwongen door de expansiepolitiek van de Turken. De pogingen om buitengebieden als Dalmatië, Slavonië, Moldavië, Kroatië en Walachije te versterken stuitte op fel verzet van de lokale machthebbers.

Ondertussen was Lajos de Grote aan de macht gekomen die eind 14de eeuw werd opgevolgd door schoonzoon Sigismund (Zsigmond) van Luxemburg, die later koning van Bohemen en keizer van het Heilige Roomse rijk werd. Zsigmond probeerde de Hongaarse belangen angstvallig te beschermen en zelfs uit te breiden. Een veldtocht tegen de Turken in 1396 bij Nikopolis ging echter grandioos verloren, ondanks hulp van de Bourgondiërs. In 1417 braken de Turken door de Hongaarse grenzen heen en binnenlands voltrok zich een massale boerenopstand, die echter neergeslagen werd.

Bron: Landenweb.com

 

Liever op strandvakantie? Kijk op onze partner site Egypte.nl